Partner van KorterMaarKrachtig

Advertisement

Partner van KorterMaarKrachtig

Advertisement
Hoofdmenu arrow Hoofdmenu arrow KennisCentrum arrow Terminologie arrow Terminologie
PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Administrator   
Saturday, 30 December 2006

 

Korte uitleg van een aantal veelgebruikte termen in prothese/amputatie land.

Uitleg van terminologie die gebruikt wordt in amputatie/prothese land.

Onderstaand vind je een beknopte (niet medisch verantwoorden!) uitleg van: termen, kreten en afkortingen die je op het KMK-Forum of website kan tegenkomen.
Zijn we iets vergeten, klopt er iets niet of moet er wat worden aangevuld, stuur je commentaar per mail naar het KorterMaarKrachtig beheerdersteam en het wordt gewijzigd/aangevuld.


A:

Adapter(pyramide): makkelijk te verstellen bevestigingstuk voor prothese onderdelen.

AE: Above Elbow, Engelse term voor een boven de elleboog amputatie. Meestal met de voorvoeging L (left), R (Right) of B (Bilateral=tweezijdig).

Afsteuning: wijze waarop of plek waar het lichaamsgewicht op de prothese wordt overgebracht.

Amputatie (v.e. lichaamsdeel): de chirurgische verwijdering van een lichaamsdeel door het afzagen van skeletdelen. Er blijft een gedeeltelijk bot over; zie ex-articulatie.

AK: Above knee, Engelse term voor een door- of boven de knie amputatie. Meestal met de voorvoeging L (left), R (Right) of B (Bilateral=tweezijdig).

Atrofie: natuurlijke en langzame afname van (spier)weefsel, door het niet meer actief gebruiken van die spieren in het restant van het geamputeerde lichaamsdeel.


B:

BE: Below Elbow, Engelse term voor een onderarm amputatie. Meestal met de voorvoeging L (left), R (Right) of B (Bilateral=tweezijdig).

Biomechanica: wetenschap die zich bezighoudt met studie naar de principes van de beweigingen van een levend organisme.

Body Image of lichaamsbeeld: iemands bewustzijn en perceptie betreffende het uiterlijk en de functie van het eigen lichaam.

Boyd amputatie: de volledige voet wordt weggenomen door exarticulatie van het enkelgewricht.
Het hielbeen wordt onder kuitbeen en scheenbeen gezet als verlenging van het geamputeerde been.

Buitenkoker: de harde buitenkoker zorgt voor het omvatten en beschermen van de stomp met voldoende stevigheid om de prothese onderdelen aan te bevestigen.

BK: Below knee, Engelse term voor een onderbeen amputatie. Meestal met de voorvoeging L (left), R (Right) of B (Bilateral=tweezijdig).

Binnenkoker: extra koker in de buitenkoker, vervaardigd van meestal van zacht materiaal wat vriendelijk is voor de stomp, zoals polyfoam o.i.d.

Buikligging: ter voorkoming van een contractuur, bij een been amputatie (vooral als de patiënt niet loopt/bedleggerig is).


C:

Cosmese: de cosmetische afwerking van een prothese, zo goed mogelijk passend bij de lichaamsvorm en -kleur.

Chopard amputatie: de voorvoet wordt weggenomen t/m de voetwortel, via een special schoen wordt een loopvoorziening gemaakt.

Condylen: knotsvormige uitsteeksel aan het eind van de femur (gedeelte van de knie).

CAD/CAM: Computer Aided Design/Computer Aided Manufacturing. Meet- en fabricageproces waarbij via software metingen worden vastgelegd en gemodificeerd tot een ideaal model wat daarna wordt gemaakt door softwaregestuurde machines.
In de praktijk: je stompvorm wordt met lasermeting in de computer vastgelegd en evt. aangepast. De uiteindelijke gegevens gaan naar een computergestuurde freesmachine die een stompvorm maakt. Deze vorm wordt gebruikt voor de uiteindelijke prothesekoker.

CIZ: centrum Indicatiestelling Zorg.

Contractuur: dwangstand van een ledemaat (b.v een stomp die niet meer volledig kan bewegen).


D:

Definitieve prothese: na een pas- of proefperiode wordt door de orthopedisch instrumentmaker een prothesevoorziening afgeleverd waar een geamputeerde zich voor alle partijen aanvaardbaar mee kan verplaatsen.
De instellingen zijn optimaal en vastgezet, de passing is comfortabel genoeg, functie en uiterlijk zijn naar wens.

Devotee:
iemand die "dweept met" of "bezeten is van" bijv. een persoon, een fenomeen of fantasie. Devotees zijn omstreden figuren bij ledemaat geamputeerden. De devotees waar zij mee te maken hebben, voelen zich aangetrokken tot mensen met een handicap. Devotees komen meer onder mannen voor, maar ook vrouwen kunnen het hebben. Bekend is de devotee die fantasieën heeft over vrouwen met een amputatie; over personen in een rolstoel; of die simpelweg hulpmiddelen gebruiken als krukken, ortheses of corsetten. De voornamelijk seksuele fantasieën van deze mensen brengt veel geamputeerden in verwarring of maakt ze boos. Ze hebben er moeite mee dat de intentie van de devotee de "eigen bevrediging" is en niet het onbaatzuchtige medeleven en interesse waar door de geamputeerde wel prijs op gesteld wordt. KMK vindt de motivatie van devotees niet acceptabel om lid te worden van het forum. Bovendien veroorzaakt de aanwezigheid van devotees op het forum onrust en wantrouwen, wat de onderlinge openhartigheid niet ten goede komt.

Distaal (tegengestelde van proximaal): een medische term die een plaats aangeeft, verder verwijderd van het centrum van het lichaam.

Draaiadapters: zie rotators.

Dorsaal flexie: met de tenen naar de kin toe.

Dynamische/energie opslaande voet: een voet die in meer of mindere mate de opgeslagen stapenergie teruggeeft bij het “afzetten” die er tijdens het neerzetten in gekomen is, waardoor het lopen minder energie kost.

Doorvoelings gevoel: het "voelen" door een prothese heen wat er b.v onder je prothese voet gebeurt. Net als je b.v in een aangebrande pan soep roert: je ziet niets, maar voelt aan de lepel wel dat het anders is.

Donning en Doffing: Engelse termen voor het aan en uit doen van de prothese.


E:

Elleboog exarticulatie: amputatie door het elleboog gewricht.

Enkel-assige knie: een protheseknie die slechts scharniert om één enkele as. Meestal ondersteund door een pneumatische of hydraulische hulpcilinder. Kan echter ook microprocessor gestuurd zijn in bewegingsbegeleiding, zie MPK

Enkel-assige voet: een prothesevoet die slechts beweegbaar is in dorsaal- en plantairflexie (zie aldaar).

Eversie: buitenzijde (laterale zijde) van de voet omhoog

Exarticulatie (v.e. lichaamsdeel): de chirurgische verwijdering van een lichaamsdeel door het uiteenhalen van het verbindende gewricht. Er blijft een onbeschadigd boteinde over in de stomp wat goed als eindbelasting kan dienen in een prothese. Zie ook Amputatie en Knie- en Elleboog ex-articulatie.

Extensie: strekking (van bijv. een knie).

Energie teruggave: wordt toegepast bij prothesevoeten, waar door gebruik van veerkrachtig materiaal of constructie bij gewichtsbelasting energie in de voet wordt "opgeslagen" die bij het stappen het lichaam weer een toegevoegde voorwaartse kracht geeft.

 

Evo: enkel-voet orthese.

 

Kevo: Knie-enkel-voet orthese.

 

F:

Femur: bot in het dijbeen.

Fibula: kuitbeen, 1 van de 2 botten in het onderbeen, zie tibia.

Flexie: buiging (van bijv. een knie).

Flex-foot: merknaam, zie dynamische voet.


G:

Gietanker: adapter die in de koker mee gegoten wordt waaraan de knie, voet of ander protheseonderdeel bevestigd wordt.

Gipsen: een negatief model van de stomp nemen, waarvan een gecorrigeerd positief model gemaakt kan worden, waarom heen de koker gegoten wordt. Het gipsen wordt met veel persoonlijk inzicht door de instrumentmaker uitgevoerd en geldt als methode om het eigen vakmanschap in de prothese te leggen.


H:

Heel strike: het moment dat de hiel de grond raakt na het doorzwaaien van het been.

Hemipelvectomie: amputatie door het bekken, waarbij de bil ook wordt weggenomen.

Heup-exarticulatie: amputatie door het heupgewricht.

Humerus: bot in de bovenarm.

Hydraulisch: vloeistof/olie bediend (gestuurd).


I:

Ice-cast (Icelandic Direct Casting): een redelijk nieuwe methode, waarbij de koker rechtstreeks op de stomp wordt gemaakt met een drukkamer via de TSB methode (zie aldaar).

Inversie: binnenzijde (mediale zijde) van de voet omhoog.

IPOP (Immediate Post Operative Prosthesis): tijdelijke prothese die direct na de amputatie op de operatie kamer wordt aangebracht.


K:

KBM (Kondyl Bettung Munster): bevestigingssyteem voor ophanging van een onderbeen prothese waarbij aan de zijkand van de koker twee “flappen” zitten die om de condillen boven de knie klemmen.

Keel: bovenkant/voorvoet van een prothese/flex voet.

Kevlar: een kunstmatig vezel die plm. vijf maal sterker is dan staal bij een gelijk gewicht. Wordt gebruikt in kokers ter versteviging.

KMK (KorterMaarKrachtig): meest actieve Nederlandstalige forum en dynamische webspace voor ledemaat geamputeerden.

Knie-exarticulatie: amputatie door de kniegewricht.

Koker: het gedeelte waar de stomp in komt en de overige prothese onderdelen aan bevestigd worden (vaak te scheiden in binnen en buiten koker).

Koolstof(vezel): een kunstmatige vezel die 3 maal stijver is dan staal, maar 5 maal lichter, chemisch inert en dus ongevoelig voor water en temperatuurschommelingen e.d. Wordt gebruikt in kokers ter versteviging en er worden in laminaatvorm actieve voeten van gemaakt.

Krukken: loophulpmiddel voor mensen die slecht ter been zijn.
Er zijn okselkrukken, elleboogkrukken, opvouwbare krukken, krukken met orthopedische grepen (links en rtechts verschillen).


L:

Lateraal: buitenzijde van een lichaamsdeel.

Lichaamsbeeld of Body Image: iemands bewustzijn en perceptie betreffende het uiterlijk en de functie van het eigen lichaam.

Liner: een stompkous ter bescherming van de huid en/of voor de ophanging van een prothese. Kan gemaakt zijn van katoen, siliconen, gel of poly-urethaan. Ook wordt wel gesproken van een "Interface" tussen stomphuid en buitenkoker.

Lisfranc amputatie: het teen gedeelte van de voet wordt weggenomen, via een special schoen wordt een loopvoorziening gemaakt.

Looptraining: het onder toezicht van fysiotherapeuten leren (of bijhouden) van een zo goed mogelijke bewegingstechniek om met een beenprothese een veilige en natuurlijke loopbeweging te beheersen met alle haalbare rendement teneinde in het dagelijks leven en werk de loopvoorziening in te kunnen zetten.

LVvG (Landelijke Vereniging van Geamputeerden): zie de rubriek "Voetlicht"


M:

M.A.S. koker: Marlo Anatomical Socket, een koker waarbij je afsteunt op de ramus i.pv op de tuber(het zitbeen) waardoor de tuber vrij blijft, hierdoor kan je normaal op 2 billen zitten i.p.v op de harde buitenkoker zoals bij andere (bovenbeen) kokersystemen.

Mediaal: binnenzijde van een lichaamsdeel.

Meer-assige (multi-axiale) knie: een protheseknie die scharniert over meerdere assen om zodoende de complexe bewegingen van de menselijke knie zoveel mogelijk tracht te benaderen. Kan ondersteund zijn door een pneumatische of hydraulische hulpcilinder.

Meer-assige (multi-axiale) voet: een prothesevoet die over meerdere assen beweegbaar is, zowel in hoogte als in zijdelingse richtingen en rotatie om de voet zich aan te laten passen met een goede positie op ongelijk terrein.

Mid stance: fase na heelstrike, plat voet contact.

MPK (MicroProcessor gestuurde Knie): een protheseknie waarbij buiging- en strekking worden gecontroleerd en indien noodzakelijk ondersteund of afgeremd met computertechnologie i.c.m. een hydraulische hulpcilinder.

MPV (MicroProcessor gestuurde Voet): prothesevoet waarbij voetafwikkeling wordt gecontroleerd en indien noodzakelijk ondersteund en gestuurd met computertechnologie.

Multiaxiale voet: een prothesevoet die kan bewegen in verschillende richtingendoor draaiing om verschillende assen ten einde zodoende de menselijke voet zo dicht mogelijk te benaderen. Vooral comfortabel bij het lopen op oneffen terrein.

Multiflex voet: heeft iets meer flexibiliteit dan een SACH (zie aldaar) voet, maar geeft ook geringe energie terug.

Myo-elektrisch: "elektronische” aansturing door spierbewegingen, deze techniek wordt gebruikt in arm protheses, de prothese bevat elektroden die reageren op spierspanning en contoleren daarmee een combinatie van pols, elleboog en grijpbeweging. Een ingebouwde accu zorgt voor de stroom voorziening.


N:

Neuroom: het einde van een zenuw, achter gebleven na de amputatie, welke blijft groeien en een soort bloemkoolachtig kluwetje vormt. Kan problematisch zijn, vooral als het op een punt zit waar de koker op drukt.

NSNA (normal shape normal aligment) koker: ook bekend als NML koker, Deze koker benadert de spieropbouw van de stomp beter vergeleken met een quad koker. De zijden of de mediaal/laterale maat wordt krap genomen, om de stomp ”samen te drukken” met de meeste druk aan de buitenkant/laterale zijde. Dit helpt met het controleren van het draaien van de koker door druk te zetten op het vlezige gedeelte van de stomp die wat druk kan hebben (bovenbeenprothese). Bij de NML (Narrow Medial Lateral ) loopt de stomp als het ware klem tussen de botdelen ramus en buitenzijde femur (dijbeenbot), dus als een wig.

N.T.A.C (Nederland Technisch Advies College): adviseert ziektekosten verzekeraars bij de aanvraag van onder andere (dure) protheses.



O:

Orthese of Brace: een kunststof of metalen, speciaal gevormde ondersteuning om een ledemaat te helpen bij de goede werking, of om het ledemaat in gebogen of gestrekte toestand te houden. Wordt zowel doorlopend toegepast als ook tijdens de herstel- en revalidatiefase.

Osseointergratie: het plaatsen van een pen in het bot, door de huid heen, waaraan een prothese bevestigd kan worden. Wordt ook in de tandheelkunde gebruikt voor het plaatsen van tanden e.d.

Oma voet: zie SACH voet.

Oedeem: zwelling van weefsel.

Ophanging: de manier waarop een prothese ondanks de zwaartekracht toch aan de stomp blijft zitten zodra het been wordt opgebeurd.

Orthopedisch instrumentmaker: een vaktechnisch specialist die adviseert in keuze van protheseonderdelen, de persoonlijke maten neemt en hiernaar een prothese samenstelt die vervolgens wordt gepast en afgesteld. Een goede verstandhouding en wederzijds begrip tussen hem en de prothesegebruiker is essentieel voor een succesvolle voorziening als eindproduct.

Osteosynthese materiaal: de platen, schroeven, pennen en pijpen etc. waarmee botbreuken(onderhuids) worden gerepareerd.


P:

Patella: knieschijf.

Pirogoff amputatie: de volledige voet wordt weggenomen, het hielbeen wordt onder kuitbeen en scheenbeen gezet als verlenging van het geamputeerde been.

PTB (Patella Tendon Bearing): afsteuning systeem van een onderbeen prothese, waarbij afgesteund wordt op het gebied rondom de knie, met als voorliggend steunvlak de knieschijf pees (kan zowel i.c.m een liner en vacuüm of pinlock gebruikt worden i.v.m de ophanging alsook in het KBM model)

Proefkoker: een tijdelijke prothese koker van meestal doorzichtig materiaal om te zien of passing en afsteuning goed zijn. Na enige tijd en de nodige correcties wordt naar het model van de proefkoker de definitieve vervaardigd.
Voor onderbeenprotheses wordt als regel geen proefkoker gemaakt.

Prothese: kunstledemaat ter vervanging van een ontbrekend ledemaat of deel hiervan waarvoor het in de plaats komt.

Proximaal (tegengestelde van distaal): een medische term die een plaats aangeeft, dichter bij het centrum van het lichaam.

Polycentrisch: meer-assig gewricht, handig bij een lange stomp.

Pneumatisch: lucht bediend(gestuurd).

Plantair flexie: met de tenen naar de grond toe.

Plexus brachialis laesie: een plexus brachialis laesie is een beschadiging van een zenuwknoop (plexus) in het schoudergebied. In deze zenuwknoop komen zenuwen samen die de spieren aansturen en gevoel doorgeven van de volledige arm, inclusief de schouder. Beschadiging van deze zenuwknoop kan tot gehele of gedeeltelijke verlamming van de spiercontrole en gevoel van de arm en schouder leiden

Pinlock: een bevestiging systeem voor een prothese aan een liner, de pin zit vast in de liner en klikt in een speciale adapter in de prothese waardoorze aan elkaar vast blijven zitten.

Pretenders: spelen als het ware een "gehandicapte" om hiervan opgewonden te raken. Soms binnenshuis op krukken of in de rolstoel, maar ook wel buitenshuis. Ze vinden het prachtig als buitenstaanders hen als gehandicapt zien en hopen zo extra en buitengewone aandacht te krijgen.



Q:

Quad koker: heeft een plateau van circa 2.5 cm aan de achterkant waar de tuber (zie aldaar) op rust. Deze koker heeft vier duidelijke zijden (bovenbeenprothese).


R:

Radius: spaakbeen, 1 van de 2 botten en de onderarm, zie ulna.

Ramus: het voorste middengedeelte van het schaambeen, in de schaamstreek

Rotator: een beweegbaar deel in een beenprothese of prothesevoet waardoor de voet t.o.v de koker een klein stukje kan roteren en dus de stomp minder snel in de koker zal draaien.

Rio (Regionaal Indicatie Orgaan): adviseert de gemeenten bij een aanvraag voor vergoeding op grond van de WVG.


S:

SACH (Solid Ancle Cushioned Heel) voet: klinkt luxe maar is het niet, een prothesevoet gemaakt uit een blokje hout met een stuk

Schouder exarticulatie: amputatie door het schouder gewricht.

Schokdemper: een schokopvangend deel in een beenprothese of prothesevoet.

Seal-in liner:
liner met een geïntegreerde rubberen manchet die zorgt voor de vacuüm afdichting van het aldus afgesloten uiteinde in de koker. Dit in combinatie met een uitstootventiel.

Sleeve: Rubberen manchet wat zorgt voor een vacuüm afdichting tussen prothesekoker en de liner over de stomphuid. Dit in combinatie met een uitstootventiel.

Split-toe: een voet waarbij de voorvoet uit twee delen bestaat, de "tenen" die zich onafhankelijk van elkaar kunnen bewegen en op ongelijke ondergrond voor meer stabiliteit zorgen.

Stomp: overgebleven deel van een ledemaat na amputatie.

Standfase controle: systeem in een prothese knie wat stabiliteit geeft tijdens staan en wat de mogelijkheid biedt, gecontroleerd stap over stap de trap af te gaan en hellingen af te lopen.

Systeem met touwtje: zie pinlock, alleen nu een touwtje i.p.v een pin.

Symes: amputatie door het enkel gewricht.


T:

TEC (Total Environment Control) liner: op maat gemaakte speciale liner (erg dik en zacht), om een zeer kwetsbare stomp (huidplastieken, littekens) te beschermen.

TSB (Total Surface Bearing):
een afsteun systeem waarbij geen specifiek afsteunpunt is maar een afsteunoppervlak de druk gelijkelijk met het gehele stomp oppervlak tegen de prothesekoker verdeeld wordt.

Trans tibiaal: door het onderbeen.

Trans femoraal: door het bovenbeen.

Translatie adapter: een adaptor die aan de pyramide wordt bevestigd en waarmee je over een kleine afstand het onderliggende prothesestelsel evenwijdig kan verschuiven. Wordt gebruikt om correcties toe te passen op de plaats van een ingegoten anker in de koker.

Toe-off: fase na mid-stance waarbij de tenen ”afzetten” en de knie in flexie gaat.

Titanium: metaal wat net zo sterk is als staal maar ongeveer de helft weegt en corrosie bestendig is. Wordt in de prothese industrie gebruikt voor adapters e.d.

Tibia: scheenbeen, één van de twee botten in het onderbeen, zie fibula.

Test koker: tijdelijke koker, meestal transparant, om een goede pasvorm te kunnen bekijken en waar beperkt mee kan worden proefgelopen.

Tuber: zitbeen.


U:

Ulna: ellepijp, één van de twee botten in de onderarm, zie radius.

Uitlijning: stand van voet/knie of hand/elleboog t.o.v de koker en de rest van het lichaam.


V:

Ventiel: meestal een in één richting werkend uitstootventiel: wordt gebruikt in een vacuüm systeem en zorgt ervoor dat de lucht wel naar buiten maar niet naar binnen kan. Kan met een drukbeweging opgeheven worden.

Verkleving: littekenweefsel wat zich in de genezingsfase aan de onderliggende lagen of aan het bot hecht. Kan tot beschadiging van de huid en wonden leiden, losmasseren of lossnijden zijn remedies.

VLOS: voorlopige orthopedische schoen, een voorziening die ook wel bij gedeeltelijke of gehele voetamputatie wordt toegepast.

Vacuümophanging: systeem waarbij de koker luchtdicht op de stompliner wordt afgesloten en daardoor blijft “hangen” zodra het been vrij komt bij optillen en de zwaartekracht het af kan doen slippen.


W:

Wannabe's: dit zijn lichamelijk gezonde mensen die graag gehandicapt zouden willen zijn. Ze zien hun eigen lichaam als onvolkomen doordat het "overcompleet" is en als enige oplossing daarvoor zien ze de amputatie van een lichaamsdeel. Er zijn gevallen bekend dat wannabe's zichzelf verminkten met een jachtgeweer, kettingzaag, een zelfgemaakte guillotine of domweg voor een trein te gaan liggen om daarmee een amputatie af te dwingen. In de medische wetenschap wordt dit fenomeen ook wel aangeduid als B.I.I.D. (Body Integrity Identity Disorder)
Omdat er geen ziekenhuizen of chirurgen bereid zijn tot amputatie van gezonde lichaamsdelen wordt psychotherapeutische begeleiding als enige mogelijke oplossing gezien.


X:

X-benen: erg verkeerde afstelling van de protheseonderdelen.


Z:

Zwaaifase: kniebeweging van volledige flexie naar volledige extensie.

Zwaaifase controle: systeem in een protheseknie wat de zwaaisnelheid naar voren en naar achteren regelt.

Zwachtelen: de stomp op speciale wijze met elastisch verband inwikkelen om oedeem in de stomp te voorkomen. Een belanrijke methode om direct na de amputatie de stomp vorm te geven.

Met vriendelijke groet,

Het BeheerdersTeam van KorterMaarKrachtig !Korter Maar Krachtig !

Gewijzigd op ( Tuesday, 6 March 2007 )