Veel gestelde vragen
F.A.Q Amputatie
Vraag: Wat is dat nou eigenlijk, een amputatie?
Antwoord: Met een amputatie wordt bedoeld het verwijderen van een deel van het menselijk lichaam, zoals een vinger, voet, arm of been; maar ook een oor of borst. Dit kan noodzakelijk zijn door een traumatische beschadiging of als gevolg van aantasting door een aandoening; of in geval van ondragelijk lijden door pijn. Ledematen worden geamputeerd door het gedeeltelijk afzagen van botdelen en het verwijderen van weefsel. Als er sprake is van het demonteren van ledematen bij gewrichten, dan hoeft er niet door een bot heen te worden geamputeerd en spreekt men van een ex-articulatie. 2 simpele plaatjes zullen e.e.a nog beter verduidelijken.

Voor het slachtoffer zelf is een ledemaat-amputatie natuurlijk een zeer dramatische gebeurtenis, maar ook voor familie en naasten; en voor de behandelaars zoals de chirurg. Een amputatie van ledematen of delen hiervan heeft grote invloed op het functioneren en het zelfbeeld van degene die het ondergaat en zal zijn of haar leven ingrijpend veranderen.
Vraag: Wat kun je nog doen, voorafgaand aan een amputatie?
Antwoord:Als het enigszins mogelijk is zou een aanstaand amputatieslachtoffer moeten worden geholpen met:
- fysiotherapie om de spierkracht te versterken en strekoefeningen
- psychologische en maatschappelijke ondersteuning
- contact met een amputatieslachtoffer met een vergelijkbare voorgeschiedenis en amputatiehoogte die het volledige traject succesvol heeft afgelegd. Bij traumatische amputatie (door ongevallen etc.) is dit niet altijd mogelijk omdat de amputatie dan een urgente levensreddende ingreep kan zijn.
Er zijn onderzoeken bekend waarin geconcludeerd wordt dan een enige dagen durend infuus met pijnstillende middelen vooraf aan de ingreep, de kans op fantoompijn na de amputatie verminderen kan. Aan de specialist (revalidatiearts) kan worden gevraagd om een de mogelijkheid van een epiduraal infuus voor 3 tot 4 dagen om de napijnen en de kans op fantoompijn te verminderen. Deze behandeling wordt ook wel vooraf bij andere ingrijpende operaties gedaan zoals het vervangen van heup en knie gewrichten.
Vraag: Hoe moet je je de operatie zelf voorstellen?
Antwoord: Het merendeel van de amputaties van ledematen is het gevolg van vaatziekten of diabetes, vooral bij beenamputaties. Voor de ingreep kan de patiënt in deze gevallen voldoende voorbereid worden op amputatiehoogte; en hetbehandeltraject kan alvast worden besproken en ingepland. De been- en armamputaties die het gevolg zijn van bijvoorbeeld ongevallen hebben natuurlijk veel minder gelegenheid tot voorbereiding, vaak zelfs helemaal niet bij levensbedreigende situaties. Er kunnen zich bij een operatieve ingreep altijd complicaties voordoen, dus ook bij amputaties. Door nabloedingen, infecties of trombose. Beschadigde huidoppervlakken worden soms voorzien van donorhuid en dit vergt veel genezingstijd. Het is raadzaam om vooraf aan elke amputatie de adviezen qua toe te passen techniek en hoogte van amputatie in te winnen bij een revalidatiearts en deze kenbaar te maken aan de specialist die de amputatie uitvoert.
Vraag: En na de operatie, wat gebeurt er dan?
Antwoord: Als de conditie van de amputatiestomp dit toelaat, wordt deze meteen na de operatie verbonden met een zogenaamd stompverband, een stevige omzwachteling van de stomp om vocht te verdrijven en een model aan de stomp te geven. Er zijn ook methoden als de IPOP en ZIP waarbij de beenamputatie-patient direct na de amputatie een tijdelijke loopvoorziening in de vorm van een prothese aangemeten krijgt in plaats van een omzwachteling. Zodra de patiënt uit het ziekenhuis is ontslagen moet hij of zij zo goed mogelijk worden voorbereid op terugkeer in de maatschappij. Dit kan thuis, maar als de zelfredzaamheid in het geding komt, kan een behandelperiode in een revalidatiecentrum wenselijk zijn. Gedurende het herstel- en revalidatietraject kan de amputatiepatient worden begeleid door een fysiotherapeut, een ergotherapeut, een bewegingsagoog, een arbeidstherapeut, maatschappelijk werker en psycholoog. De revalidatiearts controleert en coördineert het gehele proces en is de spil van de revalidatiebehandeling en deze overlegt weer met de instrumentmaker over de prothesevoorziening.
Vraag: Welke fases kent het herstel- en revalidatietraject?
Antwoord: Een intensief en goed revalidatietraject is veelal opgebouwd uit:
- fysiotherapie om kracht, strekking, balans en motoriek te ontwikkelen om met behulp van krukken, rolstoel en prothese mobiliteit terug te winnen
- ergotherapie om zoveel mogelijk weer de dagelijkse en beroepsmatige handeling te kunnen verrichten, eventueel met aanpassingen
- bewegingsagogie waar met beweging door sport en spel ook de kracht, balans en motoriek wordt ontwikkeld en de mogelijkheden tot verdere sportactiviteiten worden onderzocht maatschappelijk werk om te bepalen in hoeverre zelfredzaamheid en psychische capaciteiten voldoende zijn voor terugkeer in de maatschappij
- arbeidstherapie ter ondersteuning van de motorische vaardigheden
- psychologische hulp bij de verwerking van trauma's en omgaan met beperkingen
- aanmeten en afstellen van een bruikbare prothese
- stompverzorging en omgaan met pijn
- looptechniek of omgang met speciale armprotheses Dit alles wordt door een revalidatieteam o.l.v. een revalidatiearts gecoördineerd.
Vraag: Wat is mijn mobiliteit als beengeamputeerde als ik (nog) geen prothese kan dragen?
Antwoord: Als de armfunctie dit toelaat kan een been-geamputeerde zich met oksel- of elleboog krukken verplaatsen. Met de kans op vallen en overbelasting van de overgebleven knie of polsgewrichten moet zeker rekening worden gehouden. Bij grotere afstanden, zodra er overbelasting dreigt, of bij dubbelzijdige amputatie, komt de rolstoel in beeld als verplaatsingsmiddel. Is dit een optie voor langere perioden dan kan een hand-aangedreven rolstoel of scootmobiel een oplossing zijn. In huis is een traplift vaak nodig om zich tussen meerdere verdiepingen; en met het meenemen van voorwerpen te kunnen verplaatsen. Zodra het lopen met een prothese mogelijk is, dan kun je bovengenoemde hulpmiddelen als reserve houden bij perioden van moeilijker lopen of bij langere afstanden.
Vraag: Kan ik gewoon blijven auto- of motorrijden na mijn amputatie?
Antwoord: De Eigen Verklaring van Gezondheid, waarop je ooit je rijbewijs hebt gekregen -samen met je rijvaardigheidsverklaring- is na je amputatie niet meer in overeenstemming met het moment waarop je hem hebt ingevuld, Je hebt namelijk niet meer de beschikking over al je ledematen. Dat betekent dat je rijbewijs niet meer geldig is en je dus ook niet meer verzekerd bent als je toch zou rijden. Om je rijbewijs weer geldig te maken, moet je eerst opnieuw, samen met een arts (bv revalidatiearts) een nieuwe eigen verklaring, ingevuld overeenkomstig je huidige lichamelijke+geestelijke gesteldheid insturen naar het CBR. Deze nodigen je uit voor een gesprek, waarop je een rijtest aanvraagt. Sommigen nemen even 1 of2 lessen ter voorbereiding, maar da's niet verplicht. I.v.m verzekering kun je echter het beste in een rijschoolauto de CBS rijtest doen.
Dit is geen examen, maar een korte rijvaardigheidstest om te kijken of je beperkingen niet ten nadele zijn van je rijvaardigheid. Bijvoorbeeld remkracht en mogelijkheden om knoppen te bedienen.
Zodra je je rijbewijs weer hebt, staan er de eventuele beperkingen op als: automatische schakeling, het moeten dragen van je prothese of andere voorwaarden. Vergeet niet je auto-verzekering schriftelijk op de hoogte moet brengen van je handicap door hen een kopie te sturen van je rijbewijs met aantekening. Dan krijg je van je verzekeraar een schrijven terug waarin ze bevestigen op de hoogte te zijn, dan ben je pas weer officieel verzekerd. Voor het A-rijbewijs zijn de eisen van een rijtest een stuk zwaarder. Zwaarder zelfs dan het normale CBR rijexamen. Hiervoor moet je dus wat meer lessen nemen ter voorbereiding. Dat kan bij de MVvG te Assen. Als je een kniegewricht mist dan kun je niet op een 2-wieler rijden, wel op een 3-wieler zoals Trike of Zijspan. Revalidatiearts, de Ergotherapeut en de Maatschappelijk Werker kunnen je nader voorlichten hierover.
Vraag: Kan ik aan een amputatie nog na-pijnen overhouden?
Antwoord: Helaas is de kans op pijn na een amputatie aanwezig, zowel direct na de ingreep als nog jaren erna. Er kunnen zich vele gevoels sensaties voordoen in het nog aanwezige ledemaat gedeelte, maar ook in het gedeelte wat is weggehaald; in het laatste geval wordt gesproken van fantoom sensaties. De lastigste sensatie om mee om te gaan en te bestrijden is de pijn die kan optreden in het gedeelte wat er niet meer is: zogenaamde fantoompijn.
Vraag: Wat kan stomppijn veroorzaken?
Antwoord: Door verschillende reden kan pijn optreden in de overgebleven amputatiestomp, zowel door aanleidingen van binnenuit of buitenaf.
- bot problemen zoals achtergebleven botfragmenten of botaangroei
- bloedvat problemen, bijvoorbeeld klachten als “etalagebenen", waarbij pijnlijke kramp kan optreden
- zenuw problemen door overgevoeligheid of woekeringen bij aangroei van zenuwweefsel (neuromae)
- huid problemen door drukplekken, beschadigingen, infecties of litteken verklevingen; deze worden vaak extern veroorzaakt door onjuist zwachtelen of verkeerde prothesekokers.
Vraag: Is het “normaal” om gevoel in een geamputeerd ledemaat te hebben of dat het er nog is, terwijl het toch geen onderdeel meer van je lichaam uitmaakt?
Antwoord: Dat komt bij veel geamputeerden voor en wordt fantoom sensatie genoemd. Zodra het fantoomgevoel als onprettig wordt ervaren, spreekt men van fantoompijn. Soms slechts een korte periode aanwezig, maar bij veel geamputeerden kan het langer duren, tot een groot aantal jaren na een amputatie. Helaas is behandelingen slechts in een beperkt aantal gevallen succesvol gebleken.
Vraag: Wat is nou precies die fantoom sensatie in het geamputeerde ledemaat?
Antwoord: Fantoom sensatie is een benaming van alle gevoelssensaties behalve pijn, die optreden in het weggehaalde gedeelte van een ledemaat na een amputatie. Het is bekend dat zo'n 80% van de ledemaat geamputeerden zich op enig moment gewaar wordt van deze sensaties. Een aantal van fantoomsensaties, zoals ze worden ervaren zijn:
-
het gevoel alsof het geamputeerde gedeelte nog aanwezig is en zich nog gedraagt als normaal functionerend onderdeel van het lichaam.
-
gevoelens als dat het ontbrekende gedeelte zich nog beweegt (bijvoorbeeld een vinger of de voet)
-
gevoelens van temperatuur, jeuk, steken, aanraking, druk of irritatie.
Vraag: En de specifieke fantoompijn dan, hoe zit het daarmee?
Antwoord: Zoals gezegd is fantoompijn de onaangename sensatie die gevoeld wordt in het verwijderde gedeelte van het lichaam, meestal direct na de ingreep maar zeker binnen de eerste 2 weken erna. De pijn kan zich manifesteren als kramp, beknelling, steken, branden, en alle soorten andere pijngevoelens die men aan het overgebleven lichaam ook kan voelen. De aard, duur en intensiteit van de pijn kan per individu verschillen. De mogelijkheden tot behandeling lopen uiteen van medicatie met anti-epileptica en anti-depressiva; electrische prikkelingen (z.g. “Tens”); wisselbaden warm- en koud; acupunctuur; spiegeltechnieken en psychotherapie. Het is bekend, dat een enige dagen durend infuus met pijnstillende middelen vooraf aan de ingreep, de kans op fantoompijn na de amputatie verminderen kan. Het beste is een revalidatiearts te vragen naar de mogelijkheden tot behandeling.
Vraag: Door welke factoren kan fantoompijn erger of juist minder erg worden?
Antwoord: Vermoeidheid; overmatige activiteit; weersveranderingen; pijn in andere delen van het lichaam; urineren; kou of warmte; slechte -of juist goed- passende protheses, dit zijn allemaal factoren die fantoompijn kunnen activeren of verergeren. Wat fantoompijn kan helpen voorkomen of verminderen is: geestelijke afleiding; massage; warm of koud maken van de stomp; elektrische stimulatie (z.g. “Tens”); verdovende middelen zoals alcohol of marihuana; sport en beweging.
Vraag: Word ik ooit nog verlost van die vervelende fantoompijnen?
Antwoord: Dat verschilt per geamputeerde. De een leidt er langer en meer onder dan de ander. Helaas zijn er gevallen bekend dat iemand gedurende de rest van zijn leven door aanvallen geplaagd bleef. Er zijn ook geamputeerden die er nooit last van hebben of zelfs hebben gehad. Meestal neemt de pijn qua intensiteit af met de jaren. Ook de plaats van de pijn verandert nogal 'ns en trekt zich verder naar de stomp toe: het z.g “teleskoop-effect”.
Aanmelden nieuwsbrief
Aankomende events
04.03.2012
Special DWDay
10.03.2012
Ski en snowboard clinic





