Moeilijke termen I t/m Z

(*) dit woord wordt elders op deze pagina's ook verklaard.

 

Ice-cast (Icelandic Direct Casting)

Een methode waarbij de koker rechtstreeks op de stomp wordt gemaakt met behulp van een flexibele drukkamer.

Inversie
Heffing van de binnenrand van de voet.

Interimprothese
Zie bij tijdelijke prothese.


IPOP (Immediate Post Operative Prosthesis)
Tijdelijke prothese die direct na de amputatie op de operatie kamer wordt aangebracht.

KEVO
Knie-Enkel-Voet Orthese. Zie ook bij orthese.


KBM (Kondyl Bettung Münster)
Een systeem voor ophanging (*) van een onderbeenprothese waarbij aan de bovenzijde van de buitenkoker (*) twee wat nauwere “flappen” zitten die om het bovenbeen klemmen.

KE
Amputatie door het kniegewricht.

Kevlar
Een polyamide / nylon vezel van licht gewicht met een bijzonder hoge trekvastheid. Kevlar wordt gebruikt in de prothese ter versteviging van de kokerwand.

KMK (KorterMaarKrachtig)
Patiëntenvereniging: zie www.kortermaarkrachtig.nl


Knie-exarticulatie
Amputatie door het kniegewricht.

Koker
Het gedeelte van de prothese waar de stomp in komt. Aan de koker worden de overige prothese onderdelen bevestigd. Zie ook bij binnenkoker en buitenkoker.

Koolstof(vezel)
Een acrylvezel die door bewerking tot koolstof wordt gemaakt. Het is een lichte en sterke vezel die ongevoelig is voor water en temperatuurschommelingen. De vezel wordt gebruikt in de prothese ter versteviging van de kokerwand. Ook in diverse prothesevoeten is koolstof verwerkt.


Krukken
Loophulpmiddel ter ontlasting van een been of ter ondersteuning bij balans- / evenwichtsproblemen.
Er zijn okselkrukken, elleboogkrukken, opvouwbare krukken, krukken met anatomische handgrepen

Lanyard
Zie bij touwfixatie.


Lateraal
Buitenzijde (van een lichaamsdeel).

Lichaamsbeeld of Body Image
Iemands waarneming, bewustzijn en idee over het uiterlijk, de stand en de functie van het eigen lichaam.

Liner
Een liner is een 4-5 millimeter dikke kunststof hoes die over de stomp wordt afgerond ter bescherming van de huid. Vaak dient de liner ook voor de ophanging (*) van een prothese. De liner gemaakt zijn van katoen, siliconen, gel, polymeer of poly-urethaan.

Liners zorgen voor een goede drukverdeling over de stomp en geven bescherming bij belasting van de stomp tijdens het lopen. Sommige liners geven een olie-achtige substantie af aan de huid waardoor de huid soepel blijft. Zie ook Seal-in liner.

Lisfranc amputatie

Amputatie van de voorvoet tot aan de voetwortelbeenderen. Met behulp van een orthopedische schoen (*) kan de cliënt staan en lopen.

Looptraining
Het onder begeleiding van fysiotherapeuten leren (of bijhouden) van een zo veilig en natuurlijk mogelijk looppatroon.


LVvG (Landelijke Vereniging van Geamputeerden)
Patiëntenvereniging: zie www.lvvg.nl


M.A.S. koker (Marlo Anatomical Socket)
Een koker voor bovenbeengeamputeerden. Hierbij steunt de koker af op een deel van het schaambeen i.p.v. op het zitbeen (de tuber). Het voordeel van de MAS-koker is dat de bewegingen van het heupgewricht aan de geamputeerde zijde veel natuurlijker verlopen. Eveneens blijft het zitbeen buiten de koker waardoor de cliënt op 2 billen kan zitten i.p.v op de harde buitenkoker zoals bij andere (bovenbeen) kokersystemen. Het probleem van de MAS-koker is dat deze technisch erg moeilijk aan te meten is. Ook is de MAS-koker niet geschikt voor recent geamputeerden. De stomp moet volumevast zijn.

Mediaal
Binnenzijde (van een lichaamsdeel).

Meer-assig
Een prothesescharnier die draait om meerdere assen. Meestal wordt een meer-assige scharnier ondersteund door een pneumatische of hydraulische hulpcilinder.


Meer-assige (multi-axiale) knie
Een protheseknie die scharniert over meerdere assen om zodoende de complexe bewegingen van de menselijke knie zoveel mogelijk tracht te benaderen.


Meer-assige (multi-axiale) voet
Een prothesevoet die over meerdere assen beweegbaar is, zowel in hoogte als in zijdelingse richtingen en in rotatierichting. Zodoende kan de prothesevoet zich aan passen op ongelijk terrein.

 

Mexicaanse koker
Zie bij M.A.S.-koker.


Midstance

De fase in het looppatroon na heelstrike, waarbij de prothesevoet plat op de grond staat.

 

MOBIS ® (MOBIliteit Systeem)
Een door Otto Bock (*) ontwikkeld systeem om de toepasbaarheid van prothesecomponenten (*) in te delen naar 4 gewichtsklassen en naar 4 activiteitenniveau’s. Zo kan de juiste combinatie gevonden worden tussen de functiemogelijkheden van een prothesecomponent en het activiteitenniveau van de cliënt.

mobis De MOBIS schaal


MPK (Micro Processor gestuurde Knie)
Een enkelassige (*) hydraulische protheseknie waarbij de buiging en strekking ondersteund of afgeremd worden met behulp van computertechnologie.

MPV (Micro Processor gestuurde Voet)
Een prothesevoet waarbij voetafwikkeling ondersteund en gestuurd wordt met behulp van computertechnologie.

Multiaxiale voet
Een prothesevoet met meerdere bewegingsassen. De voet kan zo bewegen in verschillende richtingen. Een multiaxiale voet is comfortabel bij het lopen op oneffen terrein.

Neuroom
Een bloemkoolachtige uitgroei aan het einde van een (bij de amputatie doorgenomen) zenuw in de stomp. Een neuroom kan problematisch zijn, vooral als het op een punt zit waar de koker op steunt. Het kan hele nare pijnsensaties geven.

NSNA koker (normal shape normal aligment)
Ook bekend als NML- koker (narrow medial – lateral). De zijdelingse maten van de koker worden krap genomen, om zo de stomp in de koker ”samen te drukken”. Hierdoor ontstaat de meeste druk in de stomp in zijwaartse richting. Bij deze koker loopt de stomp als het ware klem in een wig. Een wig die gevormd wordt door de onderrand van het schaambeen en buitenzijde van het bovenbeen.

N.T.A.C. (Nederland Technisch Advies College)
Een organisatie die ziektekostenverzekeraars adviseert bij de aanvraag van onder andere kostbare protheses.

Oedeem
Vochtophoping in de stomp.

Orthese
Een uitwendig gedragen hulpmiddel ter correctie van standsafwijkingen of abnormale bewegingen.


Oma-voet
Zie SACHvoet.

 

Onderste extremiteit (*)
Medische term voor het been.


Ophanging
Een techniek van het verbinden van de prothese aan het been zodat de prothese in de zwaaifase of bij het optillen aan de stomp vast blijft zitten. Er zijn diverse vormen van ophanging: middels een penverbinding / penlock (*), een touwverbinding (*), een elastische kous of sleeve (*), door vacuüm of door de kokervorm. Zie ook bij KBM.


Osseointergratie
Een metalen pen wordt in het bot van de stomp geplaatst en steekt door de stomphuid heen. Aan het uiteinde van deze pen kan de prothese geplaatst worden. Groot voordeel hiervan is dat er geen prothesekoker gemaakt hoeft te worden en dat de krachtoverbrenging van de prothese direct naar het bot gaat, zoals het van nature hoort. Groot nadeel is het grote risico op infecties. Osseointegratie wordt veel toegepast in de tandheelkunde voor het plaatsen van tanden e.d. De ontwikkeling van osseointegratie in de prothesiologie is nog in de experimentele fase.

Orthopedisch instrumentmaker
En paramedicus die werkt op voorschrift van een revalidatiearts of een chirurg. Deze vaktechnisch specialist werkt nauw samen met de cliënt, de revalidatiearts en de fysiotherapeut. Hij adviseert in keuze van protheseonderdelen, neemt de maten op en produceert de prothese. Correcties aan de prothese worden door de orthopedisch instrumentmaker uitgevoerd.

 

Orthopedische schoen
Dit is een door een orthopedisch schoenmaker op maat gemaakte schoen. Een cliënt met een amputatie op basis van vaatproblemen kan een orthopedische schoen krijgen aan de niet geamputeerde zijde ter bescherming van die voet.

 

Otto Bock
Van oorsprong Duitse firma; wereldmarktleider op het gebied van prothesetechniek.


Patella
De knieschijf.

Patellapees
De pees net onder de knieschijf die de verbinding vormt tussen de knieschijf en het onderbeen.


Penlock / Pinlock
Een bevestigingsysteem voor een prothese aan de stomp. Een metalen pin zit aan het uiteinde van een liner. De pin klikt in een speciale adapter in de prothese. Daarmee is de stomp verbonden aan de prothese.


Pirogoff amputatie
De volledige voet wordt weggenomen door een amputatie van het enkelgewricht.
Het hielbeen wordt onder kuitbeen en scheenbeen gezet zodat de stomp eindstandig volledig belast kan worden. Deze amputatie heet ook wel de amputatie van Boyd.

Plantairflexie
Neerwaartse beweging van de voet.

Pneumatisch
Door luchtdruk aangestuurd.


Polycentrisch
Meer-assig, bijvoorbeeld een prothesescharnier

Polyfoam
Een lichtgewicht stevig schuim dat gebruikt wordt voor de binnenkoker (*) en de cosmese (*).


Proefkoker
Een tijdelijke prothese (*) koker van meestal doorzichtig materiaal om te zien of passing en afsteuning goed zijn. Na enige tijd en de nodige correcties wordt naar het model van de proefkoker de definitieve prothese vervaardigd.

Prothese
Kunstledemaat ter vervanging van een ontbrekend ledemaat of deel hiervan.

 

Prothesecomponenten
Onderdelen of componenten waaruit een prothese is opgebouwd.


Proximaal
Een medische term die een plaats aangeeft, dichter naar het centrum van het lichaam.
Zie ook distaal.


PTB (Patella Tendon Bearing)
Een onderbeenprothese waarbij afgesteund wordt op het gebied rondom de knie, met als voorliggend steunvlak de knieschijf pees.

 

PTSS (Post Traumatisch Stress Syndroom)
Het verliezen van een been is mentaal gezien een zeer ingrijpende gebeurtenis. Een PTSS is een angststoornis als gevolg van een ernstige stressgevende situatie waarbij sprake is van levensbedreiging, ernstig lichamelijk letsel of een bedreiging van de lichamelijke integriteit. De symptomen zijn herbeleving (nachtmerries of flashbacks), vermijding van herinneringen of emotionele uitschakeling hiervan, ernstige prikkelbaarheid en slaapstoornissen, lichamelijke spanning, irritatie en hevige schrikreacties. Het is ook mogelijk dat de persoon symptomen van andere psychische aandoeningen vertoont zoals een depressie. Van PTSS is sprake wanneer de symptomen langer dan een maand duren. Wanneer deze korter dan een maand duren, spreekt men van acute stressstoornis (ASS). PTSS is met behandeling te genezen of verbeteren. Soms kan dit ook spontaan gebeuren. Een PTSS wordt, op voorschrift van een arts, behandeld door een psycholoog.


Quad koker
De naam van deze bovenbeenkoker is een verkorting van quadrilateraal (vier zijden). De koker heeft aan de bovenzijde een redelijk vierkante vorm. Aan de binnenrand is een plateau van circa 2.5 cm waarop het zitbeen rust (de tuber, zie aldaar).

quadkokerQuad Koker




Ramus
Het voorste gedeelte van het schaambeen, in de schaamstreek.

Rotator (draaier)
Een component in een beenprothese of prothesevoet waardoor de voet t.o.v de koker een klein stukje kan roteren. Dat geeft meer bewegingsvrijheid in het bewegen en het voorkomt frictie tussen de stomp en de koker.


RIO (Regionaal Indicatie Orgaan)
Een organisatie die de gemeenten adviseert bij een aanvraag voor vergoeding. Ze doet dat op grond van de Wet Voorziening Gehandicapten (WVG).


SACH-voet (Solid Ancle Cushioned Heel)
Solide prothesevoet die veel stabiliteit geeft. Wordt vooral toegepast bij mensen met balansproblemen.


Seal-in liner
Een liner met een of meerdere geïntegreerde rubberen manchetten die zorgen voor een vacuüm afdichting van het aldus afgesloten uiteinde in de koker. Dit in combinatie met een uitstootventiel.

seal-in Seal-in liner (5 rings)


Sleeve
Een stevige rubberen manchet die zorgt voor een vacuüm afdichting tussen prothesekoker en de liner over de stomphuid. Ook kan een sleeve gebruikt worden als extra ondersteuning van de ophanging van de koker aan de stomp bij een onderbeenkoker.

 

Silesianbelt

Zie TES-belt.


Split-toe (gespleten teen)
Een prothesevoet waarbij de voorvoet uit twee delen bestaat. De "tenen" kunnen onafhankelijk van elkaar bewegen. Op ongelijke ondergrond zorgt dit voor meer stabiliteit.

 

Spiegeltherapie
Een therapievorm voor het verminderen van fantoompijn (*). De cliënt zit op een stoel. Tussen het geamputeerde been en het andere been wordt een grote spiegel geplaatst. De spiegel is gericht naar het niet-geamputeerde been. Wanneer de client de spiegel kijkt, lijkt het net alsof het geamputeerde been nu weer aanwezig is. De hersenen registreren dit en raken hierdoor “in de war”. De zenuwen in de hersenen die er voor het been zijn worden weer geactiveerd. Daardoor kan de fantoompijn afnemen. Spiegeltherapie wordt in de regel gegeven door een fysiotherapeut.

 

Sportprothese
Een prothese die speciaal vervaardigd wordt om mee te kunnen sporten. De keuze voor de materialen, de prothesecomponenten (*) en de uitlijning (*) hangt af van de tak van sport en het niveau waarvoor de cliënt de sportprothese gaat gebruiken. Er zijn sportprothesen voor hardlopen, zwemmen (zie bij zwemprothese), skiën, fietsen, paardrijden. Een sportprothese wordt niet vergoed door de zorgverzekeraar.


Stomp
Overgebleven deel van het been na amputatie.

Stompharding
Therapievorm tijdens de revalidatie waarbij de huid van de stomp in toenemende mate belast wordt met druk- en wrijfkrachten. Hierdoor kan de huid wennen aan de belastingen bij het dragen van de prothese.

 

Stompkous/sok
Een badstof kous die om de stomp wordt gedaan. Deze kous wordt gedragen bij afname van het volume (*) van de stomp. Door de afname van het volume van de stomp wordt de koker te ruim. De pasvorm is daardoor niet meer optimaal. Het dragen van de prothese kan daardoor pijnklachten geven. Stompkousen vullen deze ruimte weer op. Badstofkousen zijn er in verschillende diktes. Ze worden verstrekt door de instrumentmaker.


Standfasecontrole
Een systeem in een protheseknie dat zorgt voor stabiliteit in de knie tijdens staan.

 

Suspensie
Suspensie is een ander woord voor ophanging. Zie aldaar.


Syme amputatie
Amputatie door het enkelgewricht.


TEC liner (Total Environment Control)
Op maat gemaakte speciale gelliner. Het materiaal van deze liner heeft een vloeiende eigenschap en zorgt daardoor voor een betere drukverdeling. Deze liner wordt toegepast bij een erg kwetsbare stomp, een gevoelige stomp of een stomp met veel onregelmatigheden.

 

TES-belt (Total Elastic Suspension (*))
Een stevige bandage van neopreen en rekbaar nylon die deels over de bovenbeenkoker wordt gedaan en deels om de lendenen zit. Daarmee wordt de ophanging (*) van de bovenbeenkoker aan de stomp verstevigd.

tesbelt voorbeeld van een TES-belt

 

Testkoker

Tijdelijke koker, meestal van doorzichtig materiaal. Daarvoor kan gekozen worden om tijdens het belasten meer zicht te hebben op hoe de stomp zich gedraagt in de koker. Er wordt een beter zich verkregen op de drukplekken. Een testkoker is eenvoudig wat betreft vorm aan te passen.


Tibia

Het scheenbeen. Het onderbeen heeft twee beenderen. Het scheenbeen zit aan de binnenzijde en is veel groter en steviger dan het kuitbeen (fibula; zie aldaar).

tibia

Titanium

Een metaal dat net zo sterk is als staal maar ongeveer de helft weegt. Ook is titanium corrosiebestendig is. Het wordt in de protheseindustrie gebruikt voor adapters e.d.


Tijdelijke prothese
In de meeste situaties krijgt de cliënt na een amputatie een tijdelijke prothesevoorziening. Dat kan een confectieprothese zijn met beperkte mogelijkheden tot aanpassing (met name na een knie-exarticulatie of bovenbeenamputatie) of een op maat gemaakte prothese maar van materialen die eenvoudiger aan te passen zijn. Het voordeel van een tijdelijke prothese is dat deze snel te maken is en wat makkelijker aan te passen is aan volumeveranderingen. Er wordt door middel van de tijdelijke voorziening gezocht naar het best passende kokermodel en de juiste uitlijning. Zie ook bij definitieve prothese.


TSB (Total Surface Bearing – totaal over het oppervlak dragend)
Zie fullcontact koker.


Transtibiale amputatie
Een amputatie door het onderbeen (tibia (*)).

Trans femorale amputatie
Een amputatie door het bovenbeen.

Translatie adapter
Een schuifadapter waarmee de prothesecomponenten over een kleine afstand ten opzichte van elkaar in het horizontale vlak verschoven kunnen worden. Dit om de uitlijning van de prothesecomponenten te optimaliseren.


Toe-off
Een fase in het looppatroon waarbij de tenen ”afzetten” en de knie buigt.

Touwfixatie
Zie pinlock; alleen nu wordt de stomp middels een nylon koordje met de prothese verbonden i.p.v. met een pin.

Tuber
Zitbeen, het harde bot dat je kan voelen in je bil.

Uitlijnen
Het positioneren van prothesecomponenten ten opzichte van elkaar en ten opzichte van het lichaam door middel van de adapter (*).


Valgus
Het onderbeen staat in een X-stand (of het bovenbeen staat in een O-stand).

 

Varus
Het onderbeen staat in een O-stand (of het bovenbeen staat in een X-stand)


Ventiel
Technisch mechanisme waar de lucht slechts in één richting doorheen kan gaan. In de prothesiologie wordt een ventiel gebruikt bij een vacuümophanging. Het zorgt ervoor dat de lucht tussen de stomp en de koker wel naar buiten kan maar niet naar binnen. Met behulp van een drukknopje kan het vacuüm (*) weer opgeheven worden.

Verkleving
Het vastzitten van (litteken-)weefsel. Tijdens de wondgenezing is het weefsel aan de omliggende lagen of aan het bot verkleefd. Het weefsel is dan minder soepel. Het kan leiden tot pijnklachten en beschadiging van de weefsels. Verklevingen kunnen worden losgemasseerd. In een enkele situatie zal het los gesneden moeten worden.

 

Volume (-verandering)
De stomp heeft een bepaald volume. Dit volume kan door diverse oorzaken veranderen. Meestal wordt in de loop van de tijd het volume minder omdat de hoeveelheid vocht in de stomp afneemt. Ook de hoeveelheid spierweefsel en vetweefsel in de stomp nemen af.


VLOS

VoorLopige Orthopedische Schoen, een schoenvoorziening die bij gedeeltelijke of gehele voetamputatie wordt toegepast. Soms wordt een VLOS ook toegepast op een niet geamputeerde voet. Zie ook bij Orthopedische schoen.

Vacuümophanging
Een techniek van ophanging waarbij de koker luchtdicht (vacuüm) verbonden is met de stomp. Daardoor blijft de prothese aan de stomp “hangen” zodra het been vrij komt van de grond.


ZIP
Zwolse Isala Prothese is een tijdelijke prothese (*) na een onderbeenamputatie. Deze bestaat uit een liner met een penlock / touwfixatie, een fullcontact koker en een voet. Deze prothese kan erg snel vervaardigd worden en is goed aanpasbaar op vorm- en volumeverandering van de stomp.


Zwaaifase
De fase in het looppatroon waarbij het been helemaal los is van de grond.


Zwaaifasecontrole
Een systeem in een protheseknie dat de zwaaisnelheid naar voren en naar achteren regelt.

Zwachtelen
Een elastisch verband wordt de stomp gewikkeld om de zwelling in de stomp te verminderen.

 

Zwemprothese
Beenprothese die speciaal wordt vervaardigd om mee te kunnen zwemmen. Met een zwemprothese ligt het lichaam wat stabieler in het water en de voortstuwing is wat efficiënter. Het verplaatsen van en naar de waterkant is met zwemprothese makkelijker en de stroeve zool van de voet vermindert het gevaar van uitglijden. Dat is ook belangrijk bij douchen, baden of saunabezoek of aan boord van bijvoorbeeld een zeilschip. Een zwemprothese moet apart worden aangevraagd door de revalidatiearts en wordt niet altijd vergoedt door de zorgverzekeraar.

 

zwemprothese voorbeeld van een zwemprothese

 

Klik hier voor moeilijke termen A t/m H

 

Bron:

Basis opbouw moeilijke termen door Korter Maar Krachtig

 

Bewerkt door Ivo Lindner, fysiotherapeut

Revalidatiecentrum de Vogellanden – Zwolle

Partners


loth  oth

Sponsors

dp pom nysingh  
acu Interact2   gigagiftslogo

Aanmelden nieuwsbrief

Second opinion

secop1

Volg ons !!!

twitter facebook youtube

Donateur

Word donateur van onze stichting.

lees hier meer

© Copyright 2010 Alle rechten gereserveerd, KorterMaarKrachtig by MaApCo . Lees hier de disclaimer