Nieuwsarchief
Verslag; Loth symposium "De High Tech Voet" okt 2010
Dr. G.M Rommers, revalidatiearts in het UMCG opent de dag en houdt een inleidend praatje voor de lekker gevulde zaal met zo'n 60 deelnemers.
Dr H. van den Linde, revalidatiearts in het UMC Radbout Nijmegen geeft de presentatie” De voeten in beweging, maar is er wetenschappelijk bewijs?”
Eerst is de historie van de prothese voet aan de beurt, als je de antieke gegutste houten voeten ziet is er toch wel een hoop veranderd.
Er blijkt veel ontwikkeling in de voeten markt te zijn wat resulteert in een erg ruim aanbod en daardoor een steeds moeilijkere keus.
Voor wie zijn die hoog technologische ontwikkelingen bedoeld en moet je dat gewoon proberen of is het evidence based?
Het blijkt dat er internationaal 26 trails zijn geweest met 245 participanten.
In Nederland wetenschappelijk onderzoek op dit gebied niet mogelijk, omdat er te weinig patiënten/ gebruikers zijn die aan bepaalde criteria voldoen.
Er blijkt onvoldoende wetenschappelijk bewijs voor overwegende superioriteit van 1 bepaald type voet. De uitlijning van de prothese blijkt van erg groot belang. Een patiënt/gebruiker gebonden loopanalyse is hierbij in principe noodzakelijk. Het mechanisch testen van voeten t.b.v aanvullende info is ook zeker nodig. Cosmetiek is hierbij ook een functionele eigenschap die niet uit het oog verloren mag worden, hij kan voor bepaalde gebruikers erg belangrijk zijn.
Conclusie:
-Functionele eigenschappen van voeten bepalen
-Waarneming door gebruikers zijn subjectief
-Er is meer onderzoek nodig
-Meer mechanische eigenschappen testen
Tijd voor het eerste Promo praatje.
M.Link, CPO, directeur College Park Industries USA “Foot design theory and Soleus Foot with Case studies”
Het verhaal gaat over het begrijpen van de beperking van de prothese voet en hoe daar rekening mee te houden bij het ontwerpen ervan. Bij voeten ontwerp zit veel trial en error. Meten is weten, dus dat is iets wat veel wordt gedaan.
Hoe ga je de nieuwe beste voet ontwerpen? Je hebt te maken met de loading en unloading respons, makkelijk gezegd de krachten die vrijkomen bij het gaan staan op de voet en bij de afzet. Deze zijn makkelijk te beïnvloeden door:
-vorm
-materiaal
-demping
Hoe meer info er van de gebruiker is hoe beter bij de voet keus.
Leeftijd, amputatieniveau, stomplengte, activiteiten niveau en afwijkingen in het looppatroon zijn zaken die allemaal van belang zijn. Ieder voet heeft een bepaalde minimale en maximale loopsnelheid waar binnen hij goed in functioneert. Een fabrikant moet niet rusten bij succes, ontwikkeling is vooruitgang. Wat een belangrijk aspect is bij het ontwerpen van een voet is stilstaan, een mens staat 8x meer stil dan hij loopt. Vreemd genoeg praat Mike meer over prothese voeten in het algemeen dan over de voeten van zijn eigen merk, dus het verwachte promo praatje is het niet geworden. Wel een interessant verhaal over frequenties , bandbreedte en demping van voeten.
De 2e buitenlandse speker was aan de beurt;
Dipl.-Ing M.Alimusaj, OT Uni-Heidelberg (D) “Joint Kinematics and Kinetics when Walking on Stairs and Ramps with an Adaptive Ankle-Foot system”
Onderzoek naar het effect van een Proprio voet op de gebruiker.
Weer blijkt de uitlijning ontzettend belangrijk.
Er volgt een uitleg over de criteria die er is gesteld aan de deelnemers, o.a:
-zonder hulpmiddelen traplopen/helling lopen
-ouder dan 18
-laatste 2 maanden geen stomp problemen
-geen diabetes patienten i.v.m zwaarte onderzoek.
Controle groep:
-ouder dan 18
-geen loopproblemen
De metingen zijn erg ingewikkeld en complexe grafieken vliegen over het scherm.
Er blijkt zo veel verschil in stomp belasting bij verschillende gebruikers dat daaruit geen conclusie kan worden getrokken. Heuvel op geeft een enorme afwijking in de metingen t.o.v een 2 bener.
De gebruikers ervaren een veel beter gevoel bij heuvel af lopen bij gebruik van een beweegbare enkel, echter dit is in de metingen niet terug te vinden. Het vraagt training om een gebruiker te leren om een high tech voet goed te gebruiken.
Nu is het woord aan Co Appelman, onderbeen prothese gebruiker en lopend op de College Park Soleus voet. Hij vertelt de zaal waarom de keus voor deze voet t.o.v zijn vorige voet de Modular III en wat hij hier beter/prettiger aan vindt. Je bent als prothese gebruiker altijd op zoek naar verbetering en dus eigenlijk ook nooit klaar met kiezen.
Er wordt een discussie panel gevormd door de voorgaande sprekers en er worden vragen uit de zaal beantwoord. Belangrijkste wat hieruit komt is dat er nergens info te vinden is over de beperkingen van bepaalde voet ontwerpen.
De volgende spreker is: Ir. X. Bonnet R&D Proteor Handicap Technologie Seurre (F) “The Dyna Foot series, field experience in France with case studies”
Het mindere energie verbruik van “energy storing feet” t.o.v “gewone” prothese voeten is niet wetenschappelijk bewezen. Hij ziet de prothese kant als een slinger. Een prothese voet is een compromis tussen balans en stabiliteit. Trauma amputee's benaderen over het algemeen meer de “normale” loopsnelheid van 2 beners. Vaat probleem gerelateerde amputee's zitten hier vaak een stuk onder, dit vereist verschillende voet keuzes. Helaas was het Engels voor mij niet goed volgbaar dus kon van deze presentatie niet zoveel maken.
Het woord is nu aan Ben Groen, gebruiker van een Össur Proprio voet, die nu een Dyna C uitprobeert en zijn ervaringen met de zaal deelt.
Drs. M.A Paping, revalidatiearts Rijndam revalidatiecentrum Rotterdam “Protocol protheseverstrekking voor het voetlicht”
Er wordt gewerkt aan het PPP (Protocol Prijs Prothese), wat nu in de praktijk wordt getest en binnen korte tijd ingevoerd zal worden bij een groot aantal bedrijven/hulpverleners in de orthopedische sector.
Aanleiding voor het protocol is geld, i.v.m het uitkleden van het zorg pakket.
Uitgangspunt in het verstrekkings proces is de hulpvraag van de gebruiker. Eerst moet merkloos functie gericht omschreven worden wat er van een prothese wordt verwacht op basis van het (te verwachten) activiteiten niveau van de gebruiker. Als dit is gebeurd, pas gaan koppelen aan merken en types. Het protocol is geschikt voor circa 80% van de gebruikers. Er is een standaard voorschrijf formulier “beenprothese” ontwikkeld. Er loopt nu een Pilot in Groningen, Nijmegen en Rotterdam om:
-de bruikbaarheid te testen
-toetsen of de 80% geschiktheid in de praktijk ook wordt gehaald
-kijken hoe het voorspellend vermogen van het (te verwachten) activiteiten niveau (K-levels) is.
De bedoeling is dat het protocol samenwerkingen en inzicht tussen de betrokken groepen oplevert even als een uniforme terminologie en transparantie.
De merkloze koppeling zorgt voor een objectieve beoordeling op functie van een onderdeel en het is een prikkel voor de industrie om goed functie gericht te omschrijven.
Hans van Mourik, Prothese Unlimited “High tech voet vanuit de gebruikers kant belicht”
Hans vertelt een stuk van zijn levensverhaal en wat hij allemaal doet. Hij heeft in 30 jaar gebruik zo'n 25 verschillende voeten gebruikt als onderbeen amputee. Er volgt een promo praatje over o.a lotgenoten contact en de websites die hij beheert. Hij heeft een soort vergelijkingssite voor prothese onderdelen ontwikkeld op basis van functie, www.amputees.nl. Hij vindt dat er voor (pas) geamputeerden te veel info te vinden is, dit maakt de keus nog moeilijker.
Drs. T. de Ruiter, revalidatiearts revalidatiecentrum Het Roessing Enschede “ Hoe kies ik een voet”
De basis van het huidige systeem is volgens hem verkeerd omdat het is gebaseerd op wantrouwen. Het duurste is zeker niet altijd het beste.
De beste prothese bestaat niet, de best passende in de juiste situatie wel.
Wat er gebeurt met de huidige vergoeding 1 bedrag voor 1 k-level(activiteiten niveau) is volgens Tjerk een schandaal i.v.m de complexiteit en dat is het volgens mij ook.
De juiste volgorde van kiezen is belangrijk. Eerst bepalen wat wil je en waarom, dan naar de voor en nadelen kijken en dan de keuze maken. In de praktijk blijkt het heel vaak andersom te gebeuren.
De keus wordt bepaald door de verzekeraar, de behandelaars en de gebruiker.
Uit een patiënten enquête blijkt dat de belangrijkste eis van de gebruiker is dat hij de voet het liefst niet wil voelen. Er is weinig evidence based onderzoek gedaan naar voeten. De eigenschappen van voeten laten zich ook veel moeilijker omschrijven dan bij b.v knieën. De schoenkeus blijkt ook erg bepalend en heeft veel invloed op de werking van de prothese voet. Een voet met actieve heffing zou erg prettig zijn om dat compensaties die de gebruiker toepast op lange termijn problemen opleveren met heup/rug ect ect. De voet keus is niet zou dramatisch als de keus van een knie. Bij een foute keus is er veel minder impact.
Na de de heerlijke uitgebreide lunch zoals ik inmiddels wel gewend ben op de Loth symposia was het woord aan Ir. Th.H.M Bougie, BRT-advies Echt “Impact van Productaansprakelijkheid en garantie”
Een werkelijk interessant en verhelderend verhaal over hoe dit nu precies in elkaar zit.
Bij protheses en prothese onderdelen geld het internationale recht als standaard. Er is altijd recht op een ten alle tijden functionerend hulpmiddel, er is geen vervang termijn en er is altijd recht op training. De regie in de hulpmiddelen zorg ligt bij de zorg verzekeraar. De aansprakelijkheid voor een prothese ligt bij de samensteller, deze moet een dossier bij houden. De aansprakelijkheid van de in de prothese gebruikte componenten ligt bij de fabrikant hiervan. Het component moet voorzien zijn van een CE-keur. Garantie is een aanvulling op de productaansprakelijkheid die dus veel belangrijker is.
De wettelijke bepaling “de goedkoopste meest adequate oplossing” is veranderd in “de meeste adequate oplossing”.
Ir K.Moore, R&D Centri AB Sollentuna (S) “What's so special with hydraulics for a motion foot?”
Neemt het volgende praatje voor zijn rekening en legt uit wat de voordelen van de hydraulische enkel zijn die in de Motion voet van Motion Control wordt gebruikt.
Enkele voordelen zijn:
-50 graden plantaire flexie mogelijk, waardoor groter stabiliteit bij heuvel aflopen doordat de gehele voet contact met de ondergrond houdt.
-Tijdens zitten kan de voet plat op de grond komen i.p.v circa 90 graden bij een conventionele voet, dit ziet er veel natuurlijker uit.
-Kan prima gebruikt worden i.c.m een prothese knie en kan voor verhoogde stabiliteit zorgen door het eerder bereiken van het extensie moment van de knie door de beweegbare enkel.
Demo filmpjes van een c-leg gebruiker uitgerust met de Motion voet laten de enorme stabiliteit zien als de gebruiker op 1 been balanceert op een behoorlijk steile helling. Dorsaal en plantaire flexie weerstand zijn instelbaar. De voet komt alleen in maten, de stijfheid en hoek van de voet plaat kunnen simpel aangepast worden aan de wensen van de gebruiker door verschillende stel mogelijkheden op de voet.
Erg interessant wordt het als het woord gaat naar Dr H. van de Meent, revalidatiearts UMC Radboud Nijmegen “Ervaringen en resultaten 1 jaar osseointegratie in Nederland”
De koker is het meest kritische en meest problemen gevende onderdeel in een prothese. Ondanks nieuwe verbeterde koker designs en koker optimalisatie zijn er veel gebruikers die problemen houden met de koker. Met osseointegratie zijn koker problemen verleden tijd omdat de koker niet meer nodig is.
Er vinden in Nederland circa 3300 amputaties per jaar plaats:
-50% onderbeen
-31% bovenbeen
-19% overig (knie-ex, syme, heup-ex ect).
Daarvan:
-94% vaat gerelateerde
-3% trauma
-3% tumor
Dat komt op zo'n 50-60 bovenbeen amputaties door trauma/tumor per jaar.
Huidproblemen bij kokers komen vaak voor bij:
-49% van de onderbeenprothese gebruikers
-32%van de bovenbeenprothese gebruikers
De prothese gebruikers die een “klik” prothese willen en dus problemen hebben met een conventionele prothese ervaren de kwaliteit van leven 50% lager dan degene die een conventionele prothese succesvol dragen. Het principe is voor het eerst weinig succesvol toegepast in Amerika eind jaren 70 bij 3 arm prothesedragers, dit is mislukt en binnen een ½ jaar waren bij alle 3 de pin verwijderd.
Daarna is dr Branemark in Zweden ermee verder gegaan in de jaren 90 en heeft na aanloop problemen een succesvolle methode ontwikkeld voor zowel arm als been protheses.
In Duitsland is vanuit de heupprotheses een soort gelijke methode ontwikkeld die op een aantal punt wel sterk afwijkt t.o.v de Zweedse methode w.o:
-langere pin 18 t.o.v 12 cm
-ander materiaal met een open strucuur die het lichaam als bot herkent
-veel snellere belasting na het plaatsen van de pen (binnen 2 maanden bij de Duitse methode en meer dan 6 maanden bij de Zweedse).
Het implantaat is patiënt specifiek en wordt op maat besteld.
Heel erg belangrijk is dat de verbinding tussen huid en pen openblijft zodat het vocht wat er altijd uit blijft komen weg kan. Zou je het afsluiten wat men in eerste instantie wilde dan krijg je door het vocht ontstekingen.
Indicatie in Nederland voor de operatie:
-gemotiveerd
-aantoonbare huid/stomp problemen door prothese gebruik
-met instemming toekomst onbekendheid(niemand weet wat de lange termijn gevolgen zijn)
Er zijn nu 11 patiënten van een pen voorzien:
-9 bovenbeen
-1 knie-ex
-1onderbeen
Complicaties die zijn opgetreden zijn:
-wildgroei litteken (makkelijk te behandelen)
-pijnlijke stomp rondom de pen, vooral 's nacht bij rust, door rust is het weefsel rondom de pen niet in beweging en gat verkleven met de pen, als het dan los komt is dat pijnlijk. Opgelost met een met een verdovende gel die rond om de pen/huid wordt aangebracht
-spierpijn door nieuwe spierontwikkeling van spieren die lang niet zijn gebruikt.
-heuppijn
-stoma infectie (stoma is de verbinding naar buiten tussen pen en huid). Opgelost met antibiotica zalf
-1 gebroken veiligheids stift na een val
Tot nu toe zijn alle 11 patiënten 100% tevreden en ze zouden er weer voor kiezen.
Er loopt een studie (gedaan door Bart Palm) naar de pre en post operatieve effecten van de ingreep waaronder na verloop van tijd de botkwaliteit t.o.v een conventionele prothese.
Ir. E. Rubie, R&D conultant Stealth Composites Salt Lake City (USA) “Gait philosopy with the new Element en Ibex Fot design Case studies”
Neemt het één na laatste praatje voor zijn rekening.
Wat volgt is een indrukwekkend cv, Spring-lite, Otto-Bock, Centri en Fillauer. De man heeft duidelijk ervaring in het vak en schijnt de geestelijk vader achter de Trias voet van Bock te zijn.
Er volgt een erg technisch verhaal over vorm van een voet, de zogeheten Roll Over Shape. De uitlijning schijnt hier effect op te hebben er wederom is blijkt dit dus erg belangrijk. Er volgen mooie filmpjes van voeten op de testbank en hoe ze daar bewegen. Leuk om te zien, maar hier is het de praktijk die telt.
De afsluitende spreker had al een presentatie gehouden
Dipl.-Ing M.Alimusaj, OT Uni-Heidelberg (D) “Proposals for research on prosthetic feet”
Wat volgt is een interessant verhaal over koker ontwerp, fitting en uitlijning. Belangrijk is uiteindelijk wat de patiënt/gebruiker er van vindt, die moet er op lopen. Testen blijken bijna altijd te gaan over prothese onderdelen nooit over koker ontwerp/systeem en uitlijning.
Er volgt een hoop droge stof over prothese testen, onderbouwt met complexe grafieken.
Jammer dat er al veel is gepasseerd vandaag en mijn kop het niet meer opneemt, want de presentatie is wel erg goed en de beste man kan er zeer veel over vertellen.
Wel is me duidelijk geworden dat een uitgebreide ganganalyse en spierkrachtmeting grafisch heel goed duidelijk kan maken met welke voet de gebruiker het beste functioneert.
Er volgt nog een discussie tussen een panel en de zaal. Deze is vlotjes afgelopen en na de afsluits borrel is het tijd om naar huis te gaan. De informatie moet bezinken, het was veel maar wel razend interessant. Of de keus van een voet er nu makkelijker op is geworden betwijfel ik, voor de professionals misschien wel.
Gerrit bedankt.
Verslag:Appie Rietveld
Aanmelden nieuwsbrief
Donateur
Word donateur van onze stichting.



