Laatste nieuws
Xander van Doorn zet trainingsgroep protheselopers op bij Eindhoven Atletiek
Hardlopen met veranderde insteek
Een onderzoek van Fontys Eindhoven toont aan dat hardlopen met een beenprothese een andere benadering van de sport vereist.
door Linda Derksen
Hardlopen is een makkelijke sport; loopschoenen aan en rennen maar. Voor mensen die door ziekte of een ongeluk een beenamputatie hebben moeten ondergaan, is zoiets simpels echter een hele opgave. Bovendien is sporten met een kunstbeen niet wijdverbreid. Eindhoven Atletiek is na AV Hollandia (Hoorn) pas de tweede atletiekclub in Nederland met een speciale loopgroep voor beenprothesegebruikers. „Ieder jaar komen er in Zuidoost Brabant 150 geamputeerden bij. Zij moeten leren beseffen dat ze na hun revalidatie niet alleen nog kunnen handboogschieten of dammen, maar ook kunnen gaan hardlopen”, aldus Eindhovenaar Xander van Doorn.
De fysiotherapeut, als docent bewegingswetenschappen verbonden aan de Fontys Paramedische Hogeschool Eindhoven, is door Eindhoven Atletiek aangetrokken als looptrainer. Van Doorn is al acht jaar bezig met de analyse van loopgebonden stoornissen. „ Door NOC*NSF ben ik gevraagd om naar een bewegingsprobleem van de paralympische sprintploeg te komen kijken. Ik zag wel dat er iets niet klopte, maar had geen idee wat. In het bewegingsanalyselab zijn we dat gaan uitzoeken.”
Om referentiewaardes te krijgen, werd Nikki Timmers doorgemeten. De atlete van de Eindhovense sprintgroep benadert de perfecte sprintloop. „ Uit de onderzoeksresultaten bleek toen dat de geamputeerde sprinter zich niet verhoudt tot de ideale spurter. We ontdekten dat de trainingsbenadering anders moet zijn dan die van de valide sprintgroep. De training leverde al die jaren uiteindelijk niet het gewenste resultaat op.”
Een presentatie van biomechanicus Ton de Lange bij Revalidatiecentrum Blixembosch trok anderhalf jaar geleden mensen met een boven- of onderbeenamputatie over de streep om te gaan hardlopen.
Zij vormden de controlegroep van het RAAK-project ‘ Sport met je prothese’, waarin onder anderen ook fabrikanten van (sport)protheses participeerden. Het onderzoek beoogde kennisvermeerdering van zowel het ontwerpproces van sportprotheses als trainingstechnieken. Van Doorn: „Het is voorspelbaar hoe een prothese reageert, waardoor het lichaam zich aanpast aan de kwaliteit van de voorziening. Het lichaam kan enorm in disbalans raken als er wordt geanticipeerd op wat de prothese doet.
Het idee achter de nieuwe trainingsaanpak is dat de loper de prothese gaat dicteren. Ze moeten dus aanleren hoe ze met hun prothese kunnen hardlopen voordat ze zich op prestaties kunnen richten.”
Foto: Jurriaan Balke
Helmonder Anton Vogels, Ilse van Zelst uit Lieshout, Veldhovenaar Toon van Es en Karin Hoogtanders uit Echt bleven na het project over als Van Doorns eerste pupillen. Sinds kort zijn de protheselopers net als de wheelers geïntegreerd in het beeld op de Eindhovense atletiekbaan. De door de grote variatie in protheses vereiste individuele trainingsbenadering begint resultaat op te leveren. Terwijl valide atleten op de tartanbaan voorbij zoeven, zet Hoogtanders aan de hand van Van Doorn voorzichtig wat pasjes om haar gloednieuwe lepelprothese te tunen. „Er wordt niet meer alleen naar de technische kant van je prothese gekeken, maar ook of je er wel goed mee loopt”, merkte de Limburgse, die een bovenbeenamputatie onderging om een aanval van een vleesetende bacterie te overleven.
Haar lepel moet nog wat losser afgesteld worden, zodat ze makkelijker met de prothese kan zwaaien.
Hoogtanders moet daarvoor naar een orthopedisch instrumentmaker in Utrecht rijden, zoals ze ook al vele kilometers aflegt om überhaupt te kunnen hardlopen. „Ik zou niet met een valide groep kunnen én willen trainen omdat ik dan toch lotgenoten mis om dit mee te delen. Buitenstaanders kunnen je prestatie nooit echt goed waarderen.”
Bron: ED.nl
Aanmelden nieuwsbrief
Donateur
Word donateur van onze stichting.



